Kloosterkwartier

Deel nieuwsbericht:

Bewoner Jorine Jansen in de spotlight

Er waren wat omzwervingen voor nodig, maar toen vond Jorine Jansen haar plek. “Ik voelde me meteen thuis.”

Jorine (63) bekent dat ze eigenlijk liever een etage hoger had gezeten, maar verder alleen maar lof over haar appartement in gebouw 4 aan het Kloosterhof. “Moet je eens kijken naar mijn uitzicht. Echt gezellig, toch?” En ja, het appartement is best klein. “Maar hé, ik ben alleen – hoeveel heeft een mens nou nodig?”

Tegenslagen
Daar komt bij dat ze voor haar intrek in het Kloosterkwartier, nu ruim een jaar geleden, nog veel kleiner woonde. In een zogeheten tiny house in Schijndel was dat. Daarvoor pendelde ze enige tijd tussen haar twee volwassen kinderen. Het was het gevolg van een einde aan haar relatie. En dat was weer de laatste episode van een aaneenschakeling van tegenslagen. Ze vertelt wat haar in haar leven allemaal overkwam en dat overzicht is lang en indrukwekkend. “Maar we gaan geen klaagzang van dit interview maken hoor. Het is goed gekomen. Kwestie van de schouders eronder en dóór.”
Geen woord meer over die tijd. Behalve dan de vaststelling dat Jorine door de problemen destijds nou niet bepaald goed gemutst haar appartement, gehuurd van Area, betrok. “Ik koos hiervoor omdat ik zo dicht bij mijn dochter en schoonzoon zit én mijn kleinkind, dat een paar dagen na de verhuizing werd geboren. Er woont ook een tante in de buurt. Maar eerlijk is eerlijk: met Veghel had ik verder niet veel en hier in het Kloosterkwartier kende ik niemand.”

Lachyoga
Dat was toen. Dat ze inmiddels bij buurtgenoten over de vloer komt en best wat mensen kent is te danken aan de activiteiten die door Leefgoed worden georganiseerd. Maar meer nog komt het doordat Jorine ietwat nerveus besloot om eens een kijkje te nemen bij een koffie-inloop. “Ik wilde er eerst niet aan. Dacht dat het alleen voor mensen is die veel ouder zijn. Dat had ik dus mis.”
Van het een kwam het ander. Ze werd vaste gast bij Soepie (“Als je zonder afmelden een keer niet komt, wordt er meteen geïnformeerd hoe het met je is – die sociale controle is fijn”), sloot zich aan bij 55plus-gym (“De ochtend na de eerste keer werd ik spieren gewaar waarvan ik niet wist dat ik ze had”), schuift regelmatig aan op filmavonden en probeerde een workshop lachyoga. “Het bleef bij een keer, ik ben er het type niet voor. Geen punt, anderen vinden het vast wel leuk.”

Nooit alleen
Ze vertelt hoe een professional tijdens een koffieochtend het gesprek met haar aanknoopte. “Iemand van Ons Welzijn of de gemeente, geen idee eigenlijk. Maar ze zag blijkbaar dat ik op dat moment ergens over tobde en dat was ook zo. Gedoe met een instantie. Ze gaf me advies om in actie te komen en voegde er aan toe: volgende week informeer ik of je het hebt gedaan. En dat deed ze. Ik heb er veel aan gehad.”
Ze overweegt soms om zelf als vrijwilliger actief te worden bij Buurtbinders, de informele organisatie van buurtbewoners die naar elkaar omzien. “Maar ik ben zangeres bij maar liefst drie bands en dus zitten de avonden nogal vol.” Het neemt niet weg dat het gevoel van eenzaamheid haar zo nu en dan nog wel eens bekruipt. “Ik ben soms eenzaam, maar zelden alleen. Ik hoef de voordeur maar uit te gaan en ik kom mensen tegen. In het Kloosterkwartier is altijd wel reuring.”